Jezus ging naar de Olijfberg, en vroeg in de morgen was hij weer in de tempel. Het hele volk kwam naar hem toe, hij ging zitten en gaf hun onderricht. Toen brachten de schriftgeleerden en de farizeeën een vrouw bij hem die op overspel betrapt was. Ze zetten haar in het midden en zeiden tegen Jezus: ‘Meester, deze vrouw is op heterdaad betrapt toen ze overspel pleegde. Mozes draagt ons in de wet op zulke vrouwen te stenigen. Wat vindt u daarvan?’ Dit zeiden ze om hem op de proef te stellen, om te zien of ze hem konden aanklagen. Jezus bukte zich en schreef met zijn vinger op de grond. Toen ze bleven aandringen, richtte hij zich op en zei: ‘Wie van jullie zonder zonde is, laat die als eerste een steen naar haar werpen.’ Hij bukte zich weer en schreef op de grond. Toen ze dat hoorden gingen ze weg, een voor een, de oudsten het eerst, en ze lieten hem alleen, met de vrouw die in het midden stond. Jezus richtte zich op en vroeg haar: ‘Waar zijn ze? Heeft niemand u veroordeeld?’ ‘Niemand, heer,’ zei ze. ‘Ik veroordeel u ook niet,’ zei Jezus. ‘Ga naar huis, en zondig vanaf nu niet meer.’ Jezus nam opnieuw het woord. Hij zei: ‘Ik ben het licht voor de wereld. Wie mij volgt loopt nooit meer in de duisternis, maar heeft licht dat leven geeft.’ Johannes 8:1-12
“Iedereen heeft gezondigd en ontbeert de nabijheid van God;” Romeinen 3:23
“Hij heeft ons geschikt gemaakt om het nieuwe verbond te dienen: niet het verbond van een geschreven wet, maar dat van zijn Geest. Want de letter doodt, maar de Geest maakt levend.”
2 Kor. 3:6
“Uw spreken zij te allen tijde aangenaam, niet zouteloos; gij moet weten, hoe gij aan ieder het juiste antwoord moet geven.” Kolossenzen 4:6 (NBG)
REFLECTEER
Ben je wel eens vanuit het donker in het licht gewandeld? Misschien dat je een keer in de bioscoop was en een film hebt gezien en na afloop naar buiten liep. Als je ogen het licht ontmoeten, is je eerste reflex om het te vermijden. Het voelt alsof het licht te helder is en je pijn doet. Op dezelfde manier komen de mensen om ons heen in verzet tegen het licht. Ze willen niet dat wij over Jezus praten. Ze hebben pijn en moeite, maar toch willen ze niets met het licht te maken hebben. Hoewel we allemaal weten dat leven in het licht prettiger is dan in het donker, kiezen veel mensen voor de duisternis.
Waarom is dat, vraag ik me af... Zou het kunnen komen door de manier waarop we met het licht zijn omgegaan? Zeker! Het licht was niet bedoeld als een schijnwerper. Onze rol als lichtdrager is niet om te schijnen op alles wat de mensen om ons heen verkeerd doen, het aan te wijzen en hen daarom te veroordelen. Jezus heeft ons niet geroepen om stenen te gooien. We hebben allemaal vlekken (Rom. 3:23). Niemand van ons kan een steen gooien.
Het licht is niet de wet precies citeren om mensen te veroordelen. Het licht is het goede nieuws. Het nieuws dat niemand ons beschuldigt (Lukas 4:18; Joh. 3:17; Joh. 12:47). Wanneer we het licht gebruiken om mensen aan te klagen, zullen ze zich er tegen verzetten. Ze willen er niets mee te maken hebben. Jezus vroeg de vrouw: “Waar zijn je aanklagers?” Hopelijk zullen we van nu af aan kunnen zeggen dat wij dat niet zijn. Zou het niet geweldig zijn als we konden zeggen dat er geen aanklagers waren in de Morgenstondgemeente? Laten we een kerk zijn die vol zit met advocaten (voorbidders, vrijpleiters) en mensen die niet beschuldigen.
We kunnen een kind dat bang is in het donker makkelijk vergeven; de echte tragedie van het leven is wanneer mensen bang zijn voor het licht. Plato
REAGEER
Hoe gebruik jij het licht dat God jou heeft toevertrouwd?
Het is niet moeilijk om een aanklager te zijn. Heb je ooit naar een preek geluisterd en bedacht dat je hem wilde delen met iemand anders, die het meer nodig had dan jij?
Zo ja, stel jezelf de vraag of dat niet een manier was om je handen en zakken met stenen te vullen? Hoe kan je een voorbidder (vrijpleiter, advocaat) zijn? Hoe kun je liefhebben en niet veroordelen?

Geen opmerkingen:
Een reactie posten